(0)

Selecteer Regio

Deeltijds leren en werken voor +18 jarigen

Alles over het werknemersleercontract en de Syntra-leerovereenkomst, de Syntra-stageovereenkomst, de individuele beroepsopleiding (IBO) voor schoolverlaters, de beroepsinlevingsovereenkomst en de startbaanovereenkomst.


Werknemersleercontract en Syntra-leerovereenkomst

Het werknemersleercontract wordt in principe afgesloten voor de leeftijd van 18 jaar. Toch zijn er afwijkingen mogelijk.

De Syntra-leerovereenkomst kan ook na de leeftijd van 18 jaar worden afgesloten. Na je 18 jaar krijg je een hogere leervergoeding:

+18 jaar*:

  • 1e jaar: € 419,66
  • 2e jaar: € 472,11
  • 3e jaar: € 520,08


*   Cijfers van 01.01.2013

Je hebt recht op kinderbijslag indien je bruto maandinkomen of je sociale uitkering niet meer bedraagt dan € 520,08.


De Syntra stage-overeenkomst

Let op :
Onderstaande regeling telt voor overeenkomsten, afgesloten vanaf 1 juli 2010.
Stage-overeenkomsten die voor deze datum werden afgesloten vallen nog onder de “oude” regeling. Zie punt 3.

2.1 De ondernemersopleiding

Voor een goed begrip moeten we eerst even kijken naar de ondernemersopleiding.
De ondernemersopleiding is een voorbereiding op het uitoefenen van een zelfstandig beroep en/of het beheer van een KMO. Zowel technische als commerciële, administratieve als financiële vaardigheden komen erin aan bod.
De ondernemersopleiding bestaat altijd uit twee delen:

  • Een stuk theorie in een centrum van “Syntra”. Syntra is een erkende opleidingsorganisatie. Het gaat hier zowel om de theorie van het beroep als om bedrijfsbeheer.
  • Een praktijkstage, vandaar dus de naam Syntra-stageovereenkomst.

Met andere woorden:
De stageovereenkomst is het praktijk-gedeelte van een “Ondernemersopleiding”. Je kan het beschouwen als de moderne versie van het “middenstandsleercontract”.

2.2 De stageovereenkomst

De stageovereenkomst is een overeenkomst waarbij:

  • een ondernemingshoofd zich ertoe verbindt je een beroepstechnische opleiding te (laten) geven
  • jijzelf je ertoe verbindt de praktijk van het beroep aan te leren onder leiding en het toezicht van dat ondernemingshoofd, én om de nodige theoretische cursussen te volgen in een Syntra-centrum.

De overeenkomst wordt gesloten onder toezicht van een erkende leertrajectbegeleider. Dit is tevens de persoon die de stageovereenkomst begeleidt. Je zou die kunnen zien als de moderne versie van de vroegere “leersecretaris”.
Een stageovereenkomst kan voltijds of deeltijds zijn. Een deeltijdse overeenkomst moet 2/5 ofwel 3/5 ofwel 4/5 van een voltijdse stageovereenkomst omvatten.

De stageovereenkomst is sowieso een overeenkomst van bepaalde duur. Dat betekent dat niet alleen de begindatum, maar meteen ook de einddatum in de overeenkomst worden vastgelegd. De minimale duur van de overeenkomst is 6 maanden en is slechts schriftelijk verlengbaar. De uiterlijke einddatum van de stageovereenkomst is de einddatum van de ondernemingsopleiding, zijnde 2 à 3 jaar, al naargelang de duur van het opleidingsprogramma.

Men kan slechts één ondernemingsopleiding combineren met één stageovereenkomst.
Er zijn tal van opleidingsmogelijkheden in de meest uiteenlopende sectoren, gaande van voeding, hout en bouw, metaal, persoonsverzorging, … tot een uitgebreid gamma van dienstverlenende beroepen.
Ben je geslaagd, dan ontvang je het diploma “ondernemersopleiding”. Het diploma beantwoordt meteen ook aan de eisen van de vestigingswet van het beroep.

2.3 Voorwaarden

De stageovereenkomst moet altijd samengaan met de theoretische opleiding. Die twee kunnen dus nooit losgekoppeld worden.
Je moet voldaan hebben aan de leerplicht.

Je moet ook een bepaalde vooropleiding of praktijkervaring hebben. Beschik je niet over deze voorkennis, dan moet je een stageovereenkomst sluiten vooraleer je tot de cursus ondernemersopleiding wordt toegelaten. Anderen kunnen op vrijwillige basis een stageovereenkomst sluiten.

2.4 De stagevergoeding

Er is een maandelijkse vergoeding. De stagevergoedingen worden op 1 januari van elk jaar aangepast.
Het bedrag van de stagevergoeding is enkel afhankelijk van het opleidingsjaar dat je volgt. Hoeveel ervaring of vooropleiding je hebt, is van geen tel. De vergoeding (in euro) bedraagt in 2013 minimum:

  voltijds  4/5  3/5  2/5
 tijdens het eerste stagejaar  714,83   571,86  428,90  285,93
 tijdens het tweede stagejaar  844,80  675,84  506,88  337,92
 tijdens het derde stagejaar  974,77  779,82 584,86 389,91
 

2.5 De proefperiode

De stageovereenkomst bevat verplicht een proefperiode. Deze duurt minimum 1 maand en maximum 3 maand.
Wanneer de stageovereenkomst tijdens de proeftijd wordt opgeschort (bijvoorbeeld omdat je een tijdje ziek was), dan wordt de proefperiode met dezelfde termijn verlengd.
Een proefperiode is belangrijk, omdat de stageovereenkomst in die periode gemakkelijk kan beëindigd worden. De reden kan dan gewoon “einde proef” zijn.
Het woord “einde proef” zegt het zelf : “het gaat niet, ik kan het niet, het is niet wat ik verwacht had”. Maar let op: ook de ondernemer kan “einde proef” inroepen.

2.6 Einde van de overeenkomst

Er zijn (slechts) twee geldige manieren om een einde aan de stageovereenkomst te maken. In elk geval moet de leertrajectbegeider moet bij de zaak betrokken worden.

De wettige reden

De stageovereenkomst kan altijd beëindigd worden om een wettige reden.
Het spreekt vanzelf dat je je terzake vooraf én goed moet laten inlichten !

Er zijn drie soorten wettige redenen:

  • indien de andere partij ernstig tekort komt in de verplichtingen inzake de uitvoering van de stageovereenkomst
  • indien de stagiair op basis van ernstige motieven wil overschakelen naar een andere erkende opleiding in een zelfstandig beroep
  • indien er omstandigheden zijn die het goede verloop van de praktijkstage ernstig belemmeren

Nogmaals : je begrijpt dat dit alles toch wel voor interpretatie vatbaar is; informeer je goed én vooraf!

Einde tijdens de proefperiode

Tijdens de proefperiode kan de stageovereenkomst opgezegd worden.

De opzeggingstermijn is 7 kalenderdagen, en gaat ten vroegste in de dag nadat de opzegging werd gegeven. De opzegging moet schriftelijk gegeven worden. De opzeggingstermijn wordt niet opgeschort door bv. ziekte en dgl. gebeurtenissen. Ook hier spreekt het vanzelf dat je je terzake vooraf goed moet inlichten!

Let op: Zoals gezegd zijn er slechts die twee manieren om een stageovereenkomst correct te stoppen. Als er sprake is van een onjuiste, dus onwettige beëindiging, dan kan het zijn dat een schadevergoeding verschuldigd is.
Met andere woorden, noch de stagiair noch de onderneming kunnen de overeenkomst “zomaar” stopzetten.

2.7 Kinderbijslag

Het recht op kinderbijslag blijft behouden zolang je geen 25 jaar oud bent en niet meer dan 520,08 euro per maand verdient. Dat zal dus enkel het geval zijn bij sommige deeltijdse stageovereenkomsten



De Syntra stage-overeenkomst (oude regeling)

Let op :
Onderstaande regeling telt voor overeenkomsten, afgesloten voor 1 juli 2010.

3.1 Leren en werken

Dit is een basisvorming die voorbereidt op het algemeen, technisch, commercieel, financieel en administratief uitoefenen van een zelfstandig beroep en het beheer van een kleine en middelgrote onderneming.

De ondernemingsopleiding bestaat uit een cursus bedrijfsbeheer en een cursus beroepskennis.

  • Deze opleiding duurt meestal 2 cursusjaren van elk 256 uur (twee avonden in de week).
  • De cursussen vinden plaats in een Centrum voor Middenstandsopleiding, de zogenaamde “Syntra’s” of een Vormingsinstituut voor KMO (= Kleine en Middelgrote Ondernemingen).

3.2 Voorwaarden

Aan de basis van de stageovereenkomst ligt de ondernemingsopleiding.

  • Om toegelaten te worden tot de cursus bedrijfsbeheer moet je voldaan hebben aan de leerplicht.
  • Om toegelaten te worden tot de cursus beroepskennis moet je een bepaalde vooropleiding of praktijkervaring kunnen voorleggen.
  • Beschik je niet over deze voorkennis, dan moet je een stageovereenkomst sluiten om tot de cursus ondernemersopleiding te worden toegelaten. Anderen kunnen op vrijwillige basis een stageovereenkomst sluiten.

3.3 De stageovereenkomst

De stageovereenkomst is een overeenkomst waarbij

  • het ondernemingshoofd zich ertoe verbindt jou  een beroepstechnische opleiding te geven
  • jij je ertoe verbindt de techniek van het beroep aan te leren onder leiding en het toezicht van het ondernemingshoofd, en de nodige cursussen te volgen in een Syntra-Centrum.

De overeenkomst wordt gesloten door een leertrajectbegeleider. Hij is degene die de stageovereenkomst begeleidt.

De stageovereenkomst kan voltijds of deeltijds zijn. Een deeltijdse stageovereenkomst moet één kwart, de helft of driekwart van een voltijdse overeenkomst omvatten. Omgezet in uren komt dit overeen met 2/5, 3/5 en 4/5 van de voltijdse arbeidsduur in de sector, waarbij de lesdag meetelt voor 1/5.

De stageovereenkomst moet aanvangen tussen 1 juli en 30 november voor diegenen die zonder deze stage de cursussen beroepstechnische vorming niet mogen aanvatten. Anderen kunnen ook na 30 november een stageovereenkomst sluiten. In ieder geval moet je de cursussen  theoretische vorming ten laatste op de 6de cursusdag aanvatten.

De minimale duur van de overeenkomst is 6 maanden en is slechts schriftelijk verlengbaar. De uiterlijke einddatum van de stageovereenkomst is de einddatum van de ondernemingsopleiding zijnde 2 à 3 jaar naargelang de duur van het opleidingsprogramma.

Een stageovereenkomst kan enkel worden gesloten voor de erkende opleidingen in een zelfstandig beroep of groep van beroepen, voor zover er voor het  beroep tegelijkertijd een cursus theoretische vorming tijdens hetzelfde cursusjaar loopt. Er zijn tal van opleidingsmogelijkheden in de meest uiteenlopende sectoren, gaande van voeding, hout en bouw, metaal, persoonsverzorging, … tot een uitgebreid gamma van dienstverlenende beroepen.

Het is mogelijk een deeltijdse stageovereenkomst te combineren met een deeltijds arbeidsovereenkomst in een andere sector.

Ben je geslaagd, dan ontvang je het diploma ondernemersopleiding dat beantwoordt aan de eisen van de vestigingswet.

3.4 Vergoeding

De stagevergoedingen worden op 1 januari van elk jaar aangepast. De cursist-stagiair ontvangt in 2012 een stagevergoeding van het ondernemingshoofd van minimaal:

wanneer de cursist-stagiair geen voldoende vooropleiding heeft in het beroep:

  • € 499,86 tijdens het eerste cursusjaar* (+ kinderbijslag)
  • € 723,44 tijdens het tweede cursusjaar
  • € 854,96 tijdens het derde cursusjaar

* Dit bedrag komt overeen met de kinderbijslaggrens. Wanneer deze wordt verhoogd, zal ook de leervergoeding verhogen op € 513,41.

wanneer de cursist wel voldoende vooropleiding heeft in het beroep:

  • € 723,44 tijdens het eerste cursusjaar
  • € 854,96 tijdens het tweede en derde cursusjaar.

Bij een deeltijdse stagevergoeding wordt de vergoeding naar verhouding berekend.

Als voldoende vooropleiding geldt:

  • Voor ambachtelijke beroepen:
    • getuigschrift leertijd in eenzelfde of aanverwante opleiding
    • diploma 6TSO of 6KSO in eenzelfde of aanverwante opleiding
    • getuigschrift 6BSO in eenzelfde of aanverwante opleiding
    • diploma ondernemersopleiding
    • getuigschrift hoger onderwijs.
  • Voor intellectuele dienstverlenende beroepen:
    • getuigschrift leertijd in eenzelfde of aanverwante opleiding
    • diploma 6ASO of TSO richting handel
    • diploma 6KSO in eenzelfde of aanverwante opleiding
    • diploma 7BSO in eenzelfde of aanverwante opleiding.

3.5 Proefperiode

De stageovereenkomst bevat een proefperiode. Deze duurt:

  • Eén maand bij een stageovereenkomst die maximaal één jaar duurt.
  • Twee maanden bij een stageovereenkomst die langer dan een jaar en maximaal twee jaren duurt.
  • Drie maanden bij een stageovereenkomst die langer dan twee jaren duurt.

3.6 Einde van de overeenkomst

De uitvoering van een stageovereenkomst neemt een einde

  • wanneer de termijn verstreken is
  • bij het overlijden van de cursist-stagiair of het ondernemingshoofd
  • wanneer er geen monitor is.

Andere redenen die aanleiding kunnen geven tot een beëindiging zijn: de proeftijd, overmacht, schorsing, dringende reden.

3.7 Kinderbijslag

Het recht op kinderbijslag blijft behouden

  • zolang je geen 25 jaar oud bent
  • en niet meer dan € 520,08 per maand verdient.


Individuele beroepsopleiding (IBO) voor schoolverlaters

4.1 Wie en wat?

De individuele beroepsopleiding (IBO) in de onderneming is een opleiding voor schoolverlaters in beroepsinschakelingstijd waarbij deze door de onderneming op de werkplek worden getraind en begeleid in het beroep waarin ze na de opleiding zullen tewerkgesteld worden in de onderneming.

4.2 Voorwaarden

De directeur van de VDAB of een gedelegeerd medewerker beslist of je een opleiding in een onderneming, die in hun ambtsgebied gevestigd is, kan genieten en beslist over de toelating, de beëindiging, de voorzetting of verlenging van jouw opleiding.

4.3 Opleiding

De opleidingsduur bedraagt minimum 1 maand en maximum 6 maanden en wordt vastgelegd in functie van een gedetailleerd opleidingsprogramma dat in gemeenschappelijk overleg tussen bedrijf en VDAB wordt vastgelegd, rekening houdend met jouw scholing. Dit programma wordt aan het contract gehecht.

Word je beschouwd als een laaggeschoolde werkzoekende, dan kan een langere globale duurtijd worden voorzien tot maximum 12 maanden omwille van pedagogische noodzaak.

De IBO kan georganiseerd worden in aansluiting op een opleiding in een centrum voor beroepsopleiding, waarbij de globale duurtijd de normale duurtijd van een opleiding in een centrum voor beroepsopleiding niet mag overschrijden.

Ben je laaggeschoold, dan kan de globale maximumduurtijd van 12 maanden worden overschreden (centrum + IBO), voor zover evenwel de totale duur van de IBO 12 maanden niet overschrijdt.

Verlengingen van de maximumduur is enkel mogelijk als je opleiding door geval van overmacht (bijv. ziekte) geschorst (= onderbroken) werd.

De toepassing van de deeltijdse IBO kan onder de voorwaarde dat het arbeidsregime van de deeltijdse IBO minstens 50% bedraagt van het voltijdse arbeidsregime in de onderneming.

4.4 Vergoeding

Compensatievergoeding

  • Je krijgt een compensatievergoeding van 9,60 €/dag voor alle dagen van de week tijdens de IBO.
  • De compensatievergoeding is belastbaar (bedrijfsvoorheffing van 11,11%).
  • De compensatievergoeding wordt tijdens de IBO doorlopend uitbetaald, behalve tijdens ziekte, een arbeidsongeval en ongewettigde afwezigheid.

Productiviteitspremie

  • Tijdens de opleiding ontvang je van de VDAB een productiviteitspremie die progressief is.
  • Het bedrag  van de premie wordt uitgedrukt in een percentage van het verschil tussen het normale loon van een werknemer in het beroep en de compensatievergoeding.
  • Ook hierop is een bedrijfsvoorheffing van 11,11%  van toepassing.

4.5 Vervoerskosten

Je hebt ten laste van de werkgever recht op een tussenkomst in de verplaatsingskosten.

4.6 Vakantiegeld en eindejaarspremie

Je hebt voor de duur van de IBO geen recht op betaalde vakantiedagen, eindejaarspremie of andere voordelen eigen aan de onderneming.

4.7 Kinderbijslag

  • Volgens de wetgeving op de kinderbijslag mag de kinderbijslag verder uitbetaald worden tijdens de beroepsinschakelingstijd.
  • De toekenning van de kinderbijslag wordt evenwel geschorst voor de volledig maand waarin een winstgevende activiteit  wordt uitgeoefend waarvoor een brutoloon van minstens € 520,08 per maand wordt ontvangen.

4.8 Ziekteverzekering

  • Je blijft tijdens de beroepsinschakelingstijd ten laste van je ouders voor de ziekteverzekering.
  • Vanaf je een inschakelingsuitkering krijgt, bezit je de hoedanigheid van gerechtigde van de ziekteverzekering. Dan moet je naar een kantoor van de (Socialistische) Mutualiteiten stappen en krijg je je eigen ‘boekje’.

4.9 Contract na het einde van de opleiding

De onderneming verbindt er zich toe je onmiddellijk na het einde van je opleiding verder in loondienst te werk te stellen met een contract die in principe even lang moet duren. Na de IBO kan je ook met een startbaanovereenkomst beginnen.

4.10 Stopzetting van de opleiding

Indien jij of de onderneming de IBO wenst stop te zetten, dan moet de VDAB met jou en de onderneming over de stopzetting onderhandelen. De directeur van de VDAB of de gedelegeerd medewerker beslist dan op basis van het verslag over de stopzetting van de IBO.

Indien de onderneming de overeenkomst vroegtijdig stopzet zonder beslissing van de VDAB is hij jou een vergoeding verschuldigd die overeenkomt met het bedrag dat je betaald zou krijgen voor het resterende gedeelte van de opleiding.

Wanneer de schorsing (= onderbreking) van je opleiding in geval van ziekte of ongeval zo lang duurt dat je niet zonder moeilijkheden de opleiding kan verder zetten, dan kan de IBO zonder opzegging worden beëindigd.


Beroepsinlevingsovereenkomst

Naast de praktijkopleidingen in de onderneming die wel reglementair onderbouwd zijn, bestaan er nog tal van formules van praktijkstage in de onderneming zonder juridische omkadering. Daarom werden er normen vastgelegd waaraan alle vormen van stage of bedrijfsopleiding minimaal moeten voldoen, zelfs wanneer er wel een wettelijk kader voorhanden is.

5.1 Wat zijn beroepsinlevingsovereenkomsten?

Beroepsinlevingsovereenkomsten zijn overeenkomsten waarbij de stagiair in het kader van zijn opleiding bepaalde kennis of vaardigheden verwerft bij een werkgever.

5.2 Verplicht geschrift

Een beroepsinlevingsovereenkomst moet voor iedere stagiair afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de stagiair de uitvoering van zijn beroepsinlevingsovereenkomst aanvangt.

5.3 Minimumvergoeding

De vergoeding voor de stagiairs bedraagt een percentage van de helft van het gemiddeld maandelijks minimuminkomen. De Paritaire Comités mogen hogere minimumbedragen vaststellen. De vergoeding mag niet lager zijn dan het bedrag dat moet toegekend worden in het kader van de industriele leerovereenkomst.

5.4 Aansprakelijkheidsregeling

De stagiair is aansprakelijk voor schade aan derden of aan de werkgever. Hij is enkel aansprakelijk voor opzet, zware fout of herhaaldelijk weerkerende lichte fouten.


Startbaanovereenkomst

6.1 Wie en wat?

De startbaanovereenkomst (SBO) geeft jongeren de mogelijkheid hun eerste stappen op de arbeidsmarkt te zetten. Elke jongere die jonger dan 26 jaar komt in aanmerking voor een startbaanovereenkomst. Ook jongeren van buitenlandse afkomst en gehandicapte jongeren komen in aanmerking.

6.2 De overeenkomst

Er zijn 3 soorten startbaanovereenkomsten:

  • een min. halftijdse arbeidsovereenkomst
  • een combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst, minimaal halftijds, met een opleiding
  • een andere vorm van opleiding: een industriële leerovereenkomst, een Syntra-overeenkomst, een overeenkomst voor socioprofessionele inschakeling, ...

Je mag maar moet niet werkloos of werkzoekende zijn om een SBO te beginnen.

Vroeger had je een startbaankaart nodig om zo te werken. Nu niet meer: de kaart werd afgeschaft sinds 1 april 2010.

Wie tot een bepaalde doelgroep (fysische of sociale handicap) behoort, en zich aldus op wat meer faciliteiten kan beroepen, moet wel een "werkkaart Start" (van RVA) hebben.

Er mag ook onbeperkt gewisseld worden van type arbeidsovereenkomst, zowel bij dezelfde werkgever als een andere werkgever. De startbaan eindigt wanneer de tewerkstelling van de jongere eindigt bij de betrokken werkgever.

Meer info nodig? Contacteer dan ABVV-jongeren in je buurt.


Lees ook

Zoek op trefwoord

deeltijds onderwijs

Terug Top